Kakkerlakken bestrijden in Den Bosch: welke soort?
In Nederlandse woningen en keukens gaat het meestal om de Duitse kakkerlak. Die is lichtbruin, ongeveer anderhalve centimeter lang en heeft twee donkere strepen op het halsschild, net achter de kop. Hij houdt van warmte en vocht en zit graag achter het fornuis, onder de vaatwasser en bij de motor van een koelkast. Overdag ziet u hem zelden; hij is vooral 's nachts actief.
In vochtige kelders, kruipruimtes en bij afvoeren komt soms de Oosterse kakkerlak voor. Die is groter, donkerbruin tot zwart en trager. Omdat beide soorten andere schuilplekken kiezen, bepalen we eerst met welke we te maken hebben.
Signalen van een kakkerlakkenplaag
Kakkerlakken laten meer sporen achter dan u zou denken. Let vooral op plekken waar het warm en donker is.
- kleine zwarte puntjes, als gemalen peper of koffiedik, in laden, scharnieren en hoeken
- bruine, langwerpige eikapsels achter apparaten of in kastjes
- vervellingshuidjes rond het aanrecht of in de meterkast
- een doordringende, muffe lucht bij een grotere besmetting
- kakkerlakken die overdag rondlopen: een teken dat de schuilplekken vol zitten
Zet bij twijfel een plakval achter de koelkast. Wat er de volgende ochtend op zit, vertelt veel.
Zo werkt onze kakkerlakkenbestrijding
We beginnen met een grondige inspectie met een zaklamp: achter en onder apparaten, in kastnaden, rond leidingen en in de meterkast. Monitorvallen laten zien waar de meeste dieren zitten. Daarna brengen we gel-lokaas aan in kleine druppels, precies op de plekken waar kakkerlakken schuilen en lopen. Ze eten ervan, keren terug naar hun schuilplaats en geven het daar door aan soortgenoten.
Spuiten doen we liever niet, omdat kakkerlakken daardoor uitwijken naar andere ruimtes of naar de buren. Bij een vervolgbezoek controleren we de vallen en vullen we het lokaas aan waar nodig. Meer over onze werkwijze bij ander ongedierte leest u op de pagina over ongediertebestrijding in Den Bosch.
Hoe kakkerlakken binnenkomen
Kakkerlakken lopen zelden zomaar de voordeur binnen. Meestal komen ze mee: in kartonnen dozen, kratten en leveringen, in een tweedehands koelkast of magnetron, of in een tas na een reis. In flats en bedrijfspanden verspreiden ze zich daarna via gedeelde leidingschachten, kabelgoten en kieren in muren. Warmte, vocht en etensresten zorgen ervoor dat ze blijven en zich vermenigvuldigen. Een lekkende kraan of een vochtig kastje onder de gootsteen is voor ze al genoeg om te overleven.
Wat u zelf doet – en beter laat
Maak het de kakkerlakken lastig. Was 's avonds af, veeg kruimels op, maak vet achter het fornuis en onder apparaten schoon en laat geen voerbakje van uw huisdier staan. Bewaar voedsel in afgesloten bakken en zet karton zo snel mogelijk buiten. Dicht kieren langs leidingen en plinten en repareer lekkages.
Gebruik geen insectenbom of verneveler uit de winkel: daarmee jaagt u de dieren dieper de muren in of naar de woning naast u. Spuit ook niet over het gel-lokaas heen, want dan eten ze er niet meer van. Waar kakkerlakken eten vinden, komen trouwens vaak ook muizen op af; lees daarover meer bij muizen bestrijden.